De macht of onmacht van de journalist

“Onafhankelijke journalisten zijn allemaal egoïsten!”

Weer een ‘BAM!-metje’. Keihard met de deur in huis.
Over hetgeen ik doe, maar uiteraard vele meerdere met mij als ze enige teksten in het openbaar publiceren zijnde informatief, beschouwend of belerend.
Elke ‘journalist’ wil met zijn (of ‘haar’ maar voor het schrijvende gemak zal ik het vanuit mijn eigen persoon – de mannelijke vorm – beschouwen) schriftelijke bijdragen aan kranten, websites en alle andere media iets waardevols toevoegen.
Of dit nu een simpel verslag is van een gebeurtenis, een letterlijk interview met een min of meer bekende persoon of een grondige uitdieping van een langdurig bestudeerd onderwerp.
Elke tekst – van ‘cursiefje’, nieuwsbericht, column, recensie, essay tot achtergrondartikel – is voor de journalist belangrijk genoeg om naar buiten te brengen. Want elke tekst is als het goed is uniek.
Niet woord voor woord gekopieerd van een ander; dan zou het plagiaat zijn.
Met elke tekst wil een journalist een doel bereiken.
Of dit nu een doel is wat zijn leidinggevende hem oplegt (“Kerel, schrijf een verslag over die braderie in de ‘Takkestraat’! “) of dat hij als ‘freelancer’ of zelfs volledig zelfstandige opinies schrijft over de wereldproblematiek: hij wil natuurlijk wel altijd dat het ook wordt gelezen.
Natuurlijk hoopt elke rechtgeaarde journalist op enige waardering van zijn lezers.
Anders zou die de lust van het schrijven snel verliezen…
Want een journalist is ook een ander soort schrijver dan een poëet of een romanschrijver.
Die schrijven vanuit hun eigen persoonlijke visie en gevoel en het maakt hen in beginsel niet uit of anderen hen begrijpen, kunnen invoelen en waarderen.
Ze vinden het wel fijn natuurlijk als dit wel gewaardeerd wordt.
Maar primair is het hun eigen persoonlijke artistieke product, vergelijkbaar met een schilderij van een kunstschilder. Dat is kunst. Geen journalistiek.
Een journalist wil gewoon iets zeggen waarnaar wordt geluisterd en waar mensen een mening over moeten hebben.
Elke journalist is dus eigenlijk een ‘egoïst’ want hij wil dat zijn schrijfsels goed op waarde worden ingeschat en natuurlijk liefst positief.

Ik ben dus zo’n egoïst. Euh… zo’n ‘journalist’.

En voor wie nu denkt dat iemand zich pas ‘journalist’ mag noemen als die de HBO-opleiding ‘Journalistiek’ heeft gevolgd; journalistiek is een vrij beroep en mag feitelijk iedereen uitoefenen ook zonder opleiding.
Ik heb daar al eens een artikel over geschreven:
‘DeRest.net – Verzameling vrijheden van meningsuiting’
Zie daar het stuk onder: ‘2. ‘DeRest.net’ is even ‘journalistiek’ als elke (officiële) krant zoals…’

Sterker: sommige media (vooral de landelijke) eisen dan wel een opleiding ‘Journalistiek’ maar de meeste teksten in kranten en vooral op websites komen toch echt allemaal van mensen zonder enige opleiding. Ze kunnen schrijven. Meer niet.

Mijn leraar Nederlands op de HAVO heeft me na diverse hoog gewaardeerde opstellen wel eens gezegd dat hij wel een ‘schrijver’ in me zag. En hij adviseerde me min of meer om daarmee door te gaan. Uiteraard nam ik dat helemaal niet serieus… Want wat ‘verdient’ een schrijver nu helemaal…
Van de plaatselijke krant (‘De Dordtenaar’ nu ‘AD De Dordtenaar’) mocht ik wel ‘stukkies’ inleveren. Als ze die interessant zouden vinden, kreeg ik per woord een paar centen betaald…
Ik had er gelijk geen zin meer in.
Maar ik bleef altijd wel schrijven. Van eigenhandig gefabriceerde ‘krantjes’ op A4-formaat, magazines gratis aangeboden aan boekhandels tot uiteindelijk mijn websites.
Ik ben na pakweg mijn 14e eigenlijk nooit gestopt.

Maar wat heeft het allemaal opgeleverd?
Uiteraard geen geld maar daar deed ik het ook nooit voor.
Maar hoopte altijd wel dat het zou worden gelezen en op waarde ingeschat.
Soms amusementswaarde, soms een ‘belerende’ waarde en vaak een opinie waarvan ik hoop dat het weer anderen aanzet tot nadenken. ‘Overdenken’.
Of dat ook is gebeurd weet ik meestal niet.
Alleen in de tijd dat ik nog het forum beheerde, waren er wel wat mensen waarmee ik enige dialoog had. Een handjevol fijne gasten. Maar verder weet ik het echt niet.
Dat is de ‘onmacht’ van een ‘vrije schrijver’.

Terwijl de meeste (bekendere) ‘broodschrijvers’ bij gevestigde media meestal wel die ‘macht’ hebben om altijd minimaal een bepaald lezerspubliek te bereiken.
Hun schrijfsels – hoe goed of hoe slecht ook – hebben meestal wel invloed.
Best een beetje frustrerend soms… 😉

Laat ik het eens wat uitdiepen.

Nationale journalistiek

Voor de meeste ‘eenvoudige’ journalisten (zelfs met goede opleiding!) valt het niet mee om echt ‘bekend’ te worden bij het grotere publiek. Want ook al staat bij elk krantenartikel altijd netjes de auteur vermeld, dan lezen de meeste mensen toch uitsluitend de tekst in het artikel.
Het is bij gewone ‘nieuwsitems’ of andere korte beschouwende artikelen ook niet de bedoeling dat de schrijver zijn naam er pontificaal onder zet.
Die staat er normaliter alleen boven, met vermelding van datum en tijd waarop het gepubliceerd is.
Dan kan eventueel iemand die er op wil reageren wel refereren aan de schrijver van het artikel.
In heel veel kranten staat bij de kortere nieuwsitems niet eens een naam vermeld.
Maar ‘persoonlijke glorie’ is bij al deze schrijfsels meestal taboe.

Anders wordt het wanneer de schrijver van het artikel of zelfs column enige bredere bekendheid geniet. Mogelijk door ander werk in de publiciteit of zelfs de status van ‘Bekende Nederlander’.
Grote media zoals de bekende dagbladen (Telegraaf, Algemeen Dagblad, Volkskrant, etc.) hebben daarom baat bij de bijdragen van die bekendere auteurs, omdat hun schrijfsels altijd wel goed gelezen worden en dat levert dus lezers (abonnees) op.
Maar ze moeten natuurlijk wel kunnen schrijven…

Gedurende ongeveer 4 jaar plus enkele korte periodes ben ik abonnee geweest van het AD.
Specifiek ‘AD De Dordtenaar, uiteraard als Dordtenaar zijnde. Lokaal nieuws vind ik ook altijd wel belangrijk.
Op lokale journalistiek kom ik straks terug.

Vroeger was ik nooit zo’n ‘nieuwsverslinder’. Het boeide me eigenlijk niet als het niet dicht genoeg bij me stond. En had zat dingen te doen met werk, hobby’s en gezin.
Een krant had ik vroeger nooit.
Nieuws zag ik toen uitsluitend in het Nederlandse en een hele tijd het Kroatische journaal (90 cm schotel op dak). Echt veel nieuws ging langs me heen.
(Waaronder dus ook die gewijzigde zedenwetten met betrekking tot ‘bezit en verspreiding’ van bepaalde porno… Maar dat is een ander verhaal, al eerder geschreven.)
Maar de laatste jaren sinds ik hele dagen thuis zit, zag ik het als een stukje ‘zinvolle dagbesteding’: dagelijks lag de krant op tafel en las ik die van voor naar achter (behalve de sport…).
En daarnaast had (en heb nog) ik altijd Nu.nl open staan en zie via Twitter de vele linkjes naar bepaalde krantenartikelen die ik helaas niet allemaal kan lezen als ze achter een ‘betaalmuur’ zitten.
Zodoende heb ik wel een bepaald beeld gekregen hoe de diverse ‘schrijvers’ en ‘journalisten’ met hun kennis, mening, opinie, ervaringen en interpretaties vanuit al hun eigen bubbels omgaan en daar hun stukjes over schrijven.
En weet je… De ‘Bekendere’ schrijvers hebben de macht om hun ‘fans’ daarmee te beïnvloeden. Ook al begrijpen ze soms helemaal niks of onvoldoende van bepaalde onderwerpen: ze hebben wel een mening en ‘het volk’ zegt massaal “Ja helemaal waar!”
Terwijl het soms volslagen lariekoek is…
Dat hoort ook tot de ‘journalistiek’ want het staat in ‘De Krant’!
Niet zomaar in een ‘Story’, ‘Privé’, ‘Panorama’, ‘Nieuwe Revu’ of ‘Playboy’…
Maar in een ‘echte krant’ dus het moet wel ‘journalistiek verantwoord’ zijn.
Kul natuurlijk. Ook kranten brengen amusement.
Puzzeltjes, strips, horoscoop, overzichten van evenementen… Niet alles heeft ‘nieuwswaarde’.

Maar de teksten die vaak in ‘Column’-vorm geschreven worden door onder andere Nynke de Jong, Özcan Akyol, Saskia Noort en bijvoorbeeld Angela de Jong hebben behalve amusementswaarde ook vaak een opiniegehalte. Ze denken ergens iets van.
Grote maatschappelijke problemen. De toestand in het land; in de hele wereld.
Zelfs in een film- of programmarecensie schuilt vaak een (persoonlijke) opinie.
Als Youp van het Hek iets schrijft (in een andere krant maar meestal lees ik dat ook via Twitter want niet achter de betaalmuur) dan weet je dat het humor moet zijn.
Goede of slechte maar wel altijd komisch bedoeld (met een serieuze ondertoon!).
Als ‘Eus’ echter iets schrijft dan weet je dat hij het serieus bedoelt. Soms ironisch maar altijd met een serieuze mening. En hoewel ik Eus hoog heb staan als schrijver (hij schrijft in een prettige stijl voor mij), incidenteel prater en af en toe als presentator (ik kijk alleen vrijwel nooit naar zijn programma’s); hij begrijpt soms de ballen van de onderwerpen die hij aankaart.
Zo schreef hij laatst iets over ‘pedofielen’ wat volledig onjuist was maar (uiteraard) wel inspeelde op het onderbuikgevoel van de (domme) massa. Ik vind daar wat van. En dat is niet goed.

Dan doet bijvoorbeeld onderzoeksjournalist Chris Klomp het veel beter want die gaat vrijwel altijd uit van de feiten.
Omdat hij jarenlang ‘rechtbankverslaggever’ is geweest (en nog is) en daarvoor heel veel zaken van dichtbij heeft meegemaakt en tevens direct betrokkenen heeft gesproken (zowel daders als slachtoffers) weet hij waar hij over schrijft. Dat samen met de opgedane wetskennis en vele (wetenschappelijke) onderzoeken die over bepaalde onderwerpen zijn gehouden, maakt hem een journalist die niet uitgaat van fictie maar van feiten. Dat is wel goed.
Maar dat wordt hem dan vaak niet in dank afgenomen omdat het de ‘onderbuikgevoelens’ negatief beïnvloedt. De ‘massa’ valt geregeld over hem heen en hij heeft al de nodige bedreigingen moeten doorstaan en zelfs al fysiek geweld op zijn woning.

Wat moet je nu als ‘de wereld’ de waarde van goede journalistiek niet goed inschat, de invloed van schrijvers onder- of overschat? Als het (grote) geld belangrijker wordt dan het doel van het medium? Dan ben je als (serieuze) journalist ook volledig machteloos.

Ik benoemde net weer Chris Klomp, die ik al vaker heb benoemd vanwege bepaalde artikelen over een onderwerp wat mij ook danig boeit. Laat hij nu net op vrijwel dezelfde dag dat ik met dit artikel begon ook een artikel hebben gemaakt over… journalistiek!
Net nu (per 1 december) stopt hij met zijn ‘flexcontract’ bij het AD en daarmee naar zijn zeggen met “De Snelle Dagbladjournalistiek”!
Weer toeval?
In ieder geval ben ik een paar maanden geleden gestopt met mijn abonnement op het AD.
Behalve dat mijn driejarige kortingsperiode afgelopen was en ik dus het normale maandbedrag had moeten gaan betalen (wat me te duur is), was ik de laatste tijd flink afgekickt op de kwaliteit van de journalistiek in die krant. En ik vermoed in alle kranten.
Nu ik het veel intensiever heb gelezen en in bepaalde achtergronden ben gedoken, prikte ik steeds vaker door de geveinsde ‘nieuwswaarde’ in de media heen.
Overal trouwens, ook op internet. Het is gewoon een algemene trend dat alle media de ‘massa’ willen bespelen omdat daar uiteraard het ‘grote geld’ zit waar die media van moeten bestaan.
Dat gaat ten koste van het ‘waarheidsgehalte’ van veel artikelen.
Ik zeg niet dat alles onzin is. Dat is natuurlijk flauwekul. Maar je moet als lezer zelf wel aardig wat kennis, inzicht en ervaring met bepaalde onderwerpen hebben om te kunnen inzien wanneer er verkeerde informatie wordt geschreven.
Dan is het mij geen geld meer waard om een medium (het AD in dit geval) te ondersteunen als ik veel artikelen niet meer kan vertrouwen.
Zeker als je als enigszins ervaringsdeskundige met de nodige achtergrondkennis een krant aanspreekt op hun absoluut feitelijke fouten en daar ook bij herhaling niet één respons op komt.
Dan misbruik je als medium de macht die je wel degelijk hebt om een groot deel van de bevolking te belazeren. Foutieve informatie te indoctrineren. Dat is gevaarlijk.
Sommige mensen noemen het zelfs fascistoïde.
Zo ver wil ik nog net niet gaan maar de mensen die deze media ondersteunen en vertrouwen zouden zich wel eens wat vaker achter hun oren mogen krabbelen.
Anders horen we over een aantal jaren weer: “Wir haben es nicht gewußt …”

Lokale journalistiek

Als ‘vrije’ radioman ben ik eigenlijk vanaf mijn 16e wel met de (lokale) omroep bezig geweest.
Eerst als ‘piraat’ maar later bij de officiële lokale omroep van Dordrecht. En daar heb ik wel degelijk een heuse ‘opleiding’ gehad! Niet zozeer een journalistieke maar meer een serie van korte instructies hoe je het beste radio- en tv-programma’s maakt. De opleiding werd gegeven door een ervaren nestor in de omroep met een journalistieke opleiding.
Hierdoor kwam ik uiteraard wel in aanraking met directe ‘nieuwsgaring’ in de omroep.
Van lokale evenementen, sport, politiek, actualiteit tot cultuur.
Voor tv deugde ik echter niet maar daar was ik ook niet rouwig om; mijn hart lag bij de radio.
En daarvoor werkte ik het liefst in een eigen radioprogramma met primair een amusementswaarde en hooguit wat korte nieuwsberichtjes. Ook heb ik een poosje voor de lokale teletekst informatie vergaard, geredigeerd en geplaatst.
Vrij oppervlakkig allemaal maar ik ben dus wel degelijk betrokken geweest bij een serieus medium.
En misschien waren de eisen die men zichzelf oplegde om zo veel mogelijk betrouwbare informatie te verstrekken toen nog wel strenger dan tegenwoordig.

De lokale journalistiek was in die periode voor mij dus redelijk ‘aanraakbaar’.
Daarom heb ik altijd wel een beetje affiniteit gehouden met lokale journalisten, hoewel ik de lokale omroep nooit meer bekijk of beluister.
Ik las dagelijks altijd graag de columns van Kees Thies en heb het genoegen gehad een keer aanwezig te zijn geweest bij het theaterprogramma ‘Kunstmin Live’, waar hij de productie en presentatie van doet, samen met een ‘bekende’ theatervrouw. En ik heb hem nog wel eens een paar keer ergens kort ontmoet. Lokale ‘bomen’ loop je nu eenmaal eerder tegen het lijf dan landelijke…
Maar ze vangen evenveel wind hoor! Ook Kees Thies kent de klappen van de zweep na 10 jaar columns schrijven over allerlei onderwerpen met vaak best de nodige emotionele en politieke waarde. Veel dingen boeien mij dan niet zo maar soms wel en dan ben ik blij te constateren dat we (als vrijwel leeftijdsgenoten) over veel dingen hetzelfde denken.
En niet alleen vanwege zijn opleiding neemt hij net als ik het waarheidsgehalte van journalistieke bijdragen (ook columns!) heel serieus. Er is natuurlijk ruimte voor gevoelens en een persoonlijke mening maar het botweg brengen van foute informatie is niet aan hem besteed.

Verder heb ik met lokale journalisten niet zo heel veel, hoewel ik er wel enkele keren mee te maken heb gehad.
Als fanatiek schrijver kan ik het soms niet laten om te reageren op bepaalde onderwerpen. Meestal via de sociale media maar soms ook door het sturen van een echte mail met daarin mijn mening.
Die krijgen kranten natuurlijk heel veel maar enkele keren is mijn bijdrage ook geplaatst in de krant. Leuk. Zonder enig effect natuurlijk maar ik ben mijn ‘ei’ even kwijt en het staat toch lekker ‘zwart op wit’. 😉
Een enkele keer werd daar zelfs concreet actie op ondernomen, toen het een kwestie in mijn eigen straat betrof, waar veel buurtbewoners wel een mening over hadden. De lokale AD journaliste Robin Nanninga stond toen plotseling voor mijn deur omdat ze er een artikel over wilde schrijven en misschien kon ik nog wat meer vertellen en zelfs meelopen naar de ‘plek’ waar het om ging.
Helaas kreeg ik op dat moment net gepland bezoek dus moest dat afslaan maar ze heeft mijn schriftelijke en snel mondelinge bijdragen later prima verwerkt in haar mooie artikel.
Dat is de kracht van lokale journalistiek en ik weet dat hier ook gewoon heel veel goed werk aan wordt besteed.

Een keer heb ik zelf eens contact gezocht met iemand van de lokale radio, die een naar mijn idee goed en journalistiek verantwoord wekelijks radioprogramma maakt waarin soms belangrijke lokale kwesties worden besproken met belanghebbenden en verantwoordelijken.
Of soms staan er ‘bekende’ Dordtenaren centraal die een goed en ook leuk verhaal kunnen vertellen over hun bezigheden, op cultureel, maatschappelijk, politiek of anderszins lokaal gebied.
Ben Corino is daarvan de presentator en hem volgde ik al een poosje op Twitter.
Ook schrijft hij wekelijks een verslag van de Dordtse Raadsvergaderingen in een lokaal huis-aan-huis krantje.
Omdat ik enkele jaren geleden serieus begon na te denken om iets te gaan doen met mijn ‘verse’ kennis ‘ervaringsdeskundigheid’, opgedaan via de instelling ‘Vivenz’, dacht ik dat het misschien ook goed zou zijn om mezelf wat beter in het voetlicht te gaan plaatsen, om zodoende wat betere grond onder de voeten te krijgen om anderen te kunnen informeren of zelfs helpen.
Het was misschien nog niet het juiste moment en ik was persoonlijk ook nog net niet zo ver ‘hersteld’ om dit goed aan te pakken maar mijn uitgebreide mail over mijn ‘expertise’ is nooit beantwoord, terwijl hij daar juist om vroeg na een korte berichtenwisseling via Twitter.
Ik wist dat het onderwerp (ervaringsdeskundigheid, seksualiteit, slachtoffers, daders, ‘HZP’) misschien niet goed bij hem zou passen maar ik achtte hem serieus genoeg om in ieder geval na te denken of dit ergens inpasbaar zou zijn. Zeker voor een ex-collega in principe, van de lokale omroep… Maar niet dus.
Daar kan ik niet goed tegen.
Je kan het druk hebben maar laat uiteindelijk toch iets van jezelf horen.
Later kwam ik hem nog eens tegen bij een gelegenheid waar dus ook Kees Thies de presentatie had maar ik voelde niet de behoefte om hem daar nog op aan te spreken.
Ben je journalist en vraagt iemand je aandacht? Neem dan ook je verantwoordelijkheid en ga daar correct mee om.
Net als de zwijgende AD-redactie.

Hierin ben ik de laatste tijd heel erg rechtlijnig geworden.
Wie mij beter wil (leren) kennen leest deze blogsite maar. En ik bied iets aan.
Geen antwoord is einde verhaal.

Conclusie

Eigenlijk bevindt de journalistiek zich in deze periode van de geschiedenis in een spagaat.
Aan de ene kant wil de rechtgeaarde journalist gewoon zo goed en eerlijk mogelijk zijn werk doen en alle informatie zo goed en betrouwbaar mogelijk naar buiten brengen.
Actualiteit natuurlijk zo snel mogelijk, opinie zo compleet mogelijk en amusement zo leuk mogelijk.
Het onderste uit de kan. Het beste voor zijn krant of ander medium.
Maar we leven nu in een tijd dat internet de reguliere media heeft ingehaald.
Vrijwel iedereen kan nu ‘nieuws’ naar buiten brengen.
Met de eigen telefoon en een beetje goede taalbeheersing kan elke actualiteit binnen 1 minuut wereldwijd verspreid worden.
En elk ‘nieuwtje’ over bepaalde onderwerpen kan door ingewijden exclusief openbaar gemaakt worden. De info over die super nieuwe auto… Die sekstape van die Bekende Nederlander…
Alle details over de nieuwe miljoenennota…
Het is tegenwoordig onvoorstelbaar dat niets meer uitlekt. Zonder of met toestemming.
Ook pure leugens, smaad en laster kunnen in principe straffeloos naar buiten gebracht worden.
En iedereen kan alles geloven. Want ‘hij’ was er toch bij? Hij heeft het toch gezien?

Een gruwel voor de serieuze journalistiek.

Gelukkig bestaan er dan wel wetten om feitelijke leugens, smaad en laster aan te pakken maar dat is voor veel mensen een lange en (te) moeilijke weg via politie, rechtbanken en advocaten.
Vaak alleen mensen met geld en enige invloed van betekenis beginnen hier aan.

Daarbij wordt door diverse media (meestal niet de meest serieuze) grof geld betaald voor echt sensationeel nieuws. Want de ‘massa’ wil nu eenmaal vermaakt worden en de ergste, extreemste en meest sensationele berichten scoren.
Terwijl de ‘serieuze’ media het hoofd bijna niet meer boven water kunnen houden, papieren kranten vermoedelijk wel een keer zullen verdwijnen en rechtgeaarde journalisten nauwelijks droog brood kunnen verdienen, floreert de ‘riooljournalistiek’.

Het ergste is: het meeste kan niet meer teruggedraaid worden.
Soms worden de echte ‘daders’ van het verspreiden van leugens, laster en smaad wel een keer aangepakt maar het kwaad is al geschied. Kopieën van artikelen, foto’s en video’s kunnen eeuwig verspreid blijven worden buiten de grotere media om.
Alleen de grotere media (zoals Facebook en Twitter) weren momenteel al zogenaamd bewezen ‘foute’ informatie maar gaan daarin soms ook al te ver omdat ze niet alles goed kunnen beoordelen.

Er bestaat een kans dat er ooit volledige censuur en controle van de media komt en het ‘vrije’ internet zoals we dat nu kennen ophoudt te bestaan.
Maar kan dat? Mag dat?
Hoewel het logisch lijkt dat kwaadaardige informatie gefilterd wordt: niemand wil naar een dictatuur wat de Vrije MeningsUiting aan banden legt.
Dat is vragen om een opstand. Revolutie.

Ik heb nog geen flauw idee hoe dit zich gaat ontwikkelen.
Maar we zien allemaal dat George Orwell langzaam maar zeker steeds meer gelijk krijgt met zijn roman ‘1984’.
Als rechtgeaard schrijver, ‘journalist’ of columnist (geef het maar een naam) zie ik de ontwikkelingen met een zekere angst tegemoet.
Maar zolang het kan zal ik me niet laten weerhouden om te schrijven over de onderwerpen die ik belangrijk vind.
Ik hoop dat dit soort schrijvers altijd blijven bestaan.
Want niets is belangrijker dan goede en betrouwbare informatie over wat dan ook in goede vrije media, zodat iedereen ook de feiten blijft krijgen om verder naar eigen kunde en wijsheid te mogen interpreteren.

Dit bericht is geplaatst in Column, Cultuurfilosofie, Opmerkelijk Nieuws, Persoonlijk met de tags , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie