Perversie, parafilie of seksuele diversiteit?

Als ik ergens op de ‘sociale media’ durf uit te spreken dat ik “overtuigd ben dat pedofilie een keer genormaliseerd zal worden” of “seksualiteit en porno niet schadelijk zijn voor kinderen” dan kan ik steevast op een storm van kritiek rekenen. En dat is dan voorzichtig uitgedrukt.
Velen wensen mij de ergste manieren om snel onder de grond gestopt te worden toe en ik zal ongetwijfeld ontelbare keren gerapporteerd worden.
Ik houd me tegenwoordig daarom meestal wijselijk in omdat ik weet dat de boodschap van die uitspraken in deze tijd toch niet aankomt. Althans meestal niet. Nog niet.

Maar als ik zeg dat mensen die 100 jaar geleden durfden uit te spreken dat “homofilie een keer genormaliseerd zal worden” of “homostellen kinderen zullen mogen adopteren” dezelfde mateloze kritiek over zich heen kregen en mogelijk hun leven niet zeker waren, dan haalt vrijwel iedereen de schouders op. Dat was immers een heel ander tijdperk?
Ja, dus?
Betekent dit niet dat er nu, 100 jaar later, niet soortgelijke nieuwe inzichten kunnen ontstaan waardoor zaken die vroeger niet begrepen werden dat nu wel worden en dat er altijd weer nieuwe inzichten ontstaan door de menselijke geschiedenis heen?
Of zitten we nu op een eindpunt van de menselijke beschaving en weten we alles?

Werd Elon Musk niet uitgelachen toen hij met ‘SpaceX’ begon en als een fantast bestempeld maar zitten er nu niet twee levende astronauten in ruimtestation ISS, die daar met ‘zijn’ raket zijn gekomen?

Zou het kunnen zijn dat we anders over zaken gaan denken door voortschrijdend inzicht?

Daar ben ik persoonlijk 100% van overtuigd en niet alleen omdat ik een ‘science fiction’ liefhebber ben, met een voorkeur voor Star Trek of omdat ik een gestoorde ‘perverseling’ ben als ik praat over seksualiteit.
De geschiedenis wordt dagelijks opnieuw bijgewerkt en inmiddels weten zo veel mensen meer over achtergronden van bepaalde materie en problemen waarvoor we nog geen oplossingen hebben.
Wat niet betekent dat we die nooit zullen vinden.
Net als nu er rond het ‘COVID-19’ virus nog zo veel vragen onbeantwoord zijn.
Ooit weten we er misschien alles over.

Maar hier wil ik het weer eens hebben over mijn expertise; mijn ‘stokpaardje’: seksualiteit.
Want dat mensen neuken om kinderen te maken dat weten we al sinds de mensheid bestaat.
Maar weten we daarom alles van seks, gevoelens, lust en alle mogelijke verschillen in persoonlijke seksuele beleving? Daarin staan we volgens mij nog maar aan het begin van de uiteindelijke ontdekkingen van seksuele diversiteit.
Daar wil ik het nu even over hebben.

Ben ik pervers?

In mijn jongere jaren noemden sommigen me wel eens pervers.
Dat was toen nog een gebruikelijk woord om aan te duiden dat iemand een beetje ‘afwijkende’ of ‘smerige’ seksuele voorkeuren had.
Mijn pornoliefhebberij en de vele soorten die ik bezat, was voor sommigen wat veel van het goede.
Alle vrienden die ik had vonden het wel leuk hoor! Elke gezonde vent hield immers wel van mooie meiden en euh… seks? (Even generaliserend over de heteromannen uiteraard.)
Maar mijn kast vol porno? En dan ook nog plasseks? Bizar! Pervers!
We lachten daar dan gewoon om en wie me verder kende nam me niets kwalijk.
Ik was niet ‘alleen maar dat’. En het was toen nog niet zo’n punt.
Maar ik voelde ook wel dat het woord ‘pervers’ ook een wat negatieve klank had.

Ik heb al eerder geschreven dat ik best wel worstelde met mijn (extreme?) gevoelens.
Omdat ik ook niet echt aan een vriendin, een partner, kon komen, nam ik toen aan dat dit door mijn ‘afwijkende’ (perverse?) gevoelens kwam.
Ik had lang het idee dat ik een vriendin zou moeten vinden die deze gevoelens met me kon delen en me niet ervoor afwijzen. Maar zo iemand kon ik niet vinden.
Ik wist dat er natuurlijk ook wel meiden waren die er ‘pap van lustten’ en erg op seks waren maar die wilden dan natuurlijk alleen een gast met een knap uiterlijk en een altijd harde pik van een halve meter… 😛
En ik was overtuigd dat het vooral de mannen waren die vaker ‘perverse’ voorkeuren hadden.
Dat waren toen toch ook al de meeste ‘zoekers’ in die seksbladen.

Het woord ‘pervers’ ben ik daarna lange tijd vergeten. Door mijn relatie, huwelijk en gezin wat ik toch had gevonden net rond mijn 30e, verdween mijn gevoel dat ik ‘afwijkend’ was.
In de ‘genormaliseerde’ (…) huiselijke situatie was ik tevreden. Ook seksueel.
Mijn ‘extreme’ liefhebberij doofde uit. Ik taalde lange tijd niet meer naar porno.

Toen de spanningen in het gezin begonnen op te lopen en ik het (nieuwe) internet ontdekte (echt ongeveer tegelijkertijd!) begonnen mijn wat meer ‘extreme’ voorkeuren weer op te spelen.
Althans: ik kon alles makkelijk vinden wat ik in de 80er jaren in de kast bewaarde, alleen nu digitaal op mijn harde schijf.
De Rest is geschiedenis waar ik al uitgebreid over heb geschreven.

Stoornis?

Nadat ik door mijn stiekem opgelaaide ‘hobby’ met justitie in aanraking was gekomen, moest ik eerst dealen met de oplopende spanningen in het gezin.
Pas daarna, rond 2013, begon ik opnieuw alles op een rij te zetten.

De politie vond mij in 2003 aanvankelijk ook niet helemaal ‘normaal’ door de bizarre porno die ze op mijn computer hadden aangetroffen.
Hoe kon ik in hemelsnaam kijken naar (en misschien zelfs genieten van?) mensen die niet alleen plassen maar ook poepen in pornofilms, seks met dieren en dan dus die ‘kinderporno’…
Was ik echt zo’n perverseling?
Gingen we weer…
Helaas echter was de politie geen psycholoog en ze namen daar genoegen met mijn verklaring over mijn verzamelingsdrang en hun ‘zaak’ was simpel afgedaan door de vondst van de kinderporno en mijn ‘bekentenis’.
Geen mens nam toen de moeite om dieper te graven.
Waardoor ik wederom bleef zitten met die ene vraag:
Ben ik een ‘gestoorde perverseling’?

In de afgelopen jaren had ik besloten om vanaf nu te proberen meer en beter vanuit mijn ‘gevoel’ te gaan leven. Ik was te vaak en te lang ‘geleefd’ door anderen. Door ‘bazen’ in werksituaties die eigenlijk niet bij me pasten, door een mezelf aangemeten gezinssituatie die ik eigenlijk als ‘vlucht’ had gekozen… en dus door de ‘normen en waarden’ die mijn omgeving altijd van me had geëist.
Ik was altijd vergeten te leven zoals m’n hart me had ingegeven.
Op mijn leeftijd nu was het echter niet zo eenvoudig om ‘opnieuw’ te beginnen.
Maar toch probeerde ik een herstart te maken in de richting van de ‘erotiek’, waar ik zo veel jaren plezier in had gezocht. Wat ik had proberen los te laten omdat ik mezelf ‘gestoord’ achtte…

Inmiddels had ik ontdekt dat het woord ‘perversie’ niet meer gebruikelijk was.
Iemand met bepaalde (afwijkende) seksuele voorkeuren werd in de psychiatrie nu een ‘parafiel’ genoemd. Daar ben ik me eens wat meer in gaan verdiepen.
Want uiteindelijk heeft die ‘stoornis’ wel het grootste deel van mijn leven vorm gegeven.
Bepaald wat ik uiteindelijk heb gedaan, tot en met een gezin beginnen en met justitie in aanraking komen.

Dan blijkt nu dat onder ‘parafilie’ een hele lijst ‘seksuele afwijkingen’ valt. Dat heeft mijn ogen geopend.
Zo stond vroeger homofilie ook in de lijst parafilieën! Pas in 1980 is dit uit de lijst verwijderd omdat homofilie niet langer als een ‘stoornis’ werd beschouwd maar als een ‘seksuele geaardheid’.
Verder staan er nog ‘afwijkingen’ tussen zoals fetisjisme, sado masochisme, transvestisme (travestie), voyeurisme en dan natuurlijk de bekendere (echte?) ‘stoornissen’ zoals exhibitionisme, zoöfilie (seks met dieren), pedofilie (seksuele voorkeur voor kinderen) en necrofilie (seks met… doden).
Alles in één rijtje…
Terwijl er volgens mij niemand meer is die liefhebbers van voeten (voet-fetisjisme), bondage, (BD)SM of voyeurisme werkelijk nog ‘gestoord’ vindt.
Deze liefhebbers kunnen allicht gelijkgestemden vinden en hun seksuele ‘hobby’ veroorzaakt geen overlast.
Blijven natuurlijk over de ‘onmogelijke’ parafilieën zoöfilie, pedofilie en necrofilie.
Maar in het licht van het voortgeschreden inzicht dat alle andere in de lijst ‘stoornissen’ voorkomende afwijkingen geen psychische behandeling meer behoeven omdat ze eigenlijk niet zo ‘storend’ blijken te zijn; hoe zit het dan met deze ‘onmogelijke’ seksuele voorkeuren?

Seksuele diversiteit

Veel eerder als ‘parafilie’ bestempelde seksuele ‘afwijkingen’ zijn inmiddels genormaliseerd.
Homofilie behoeft geen nadere uitleg meer hoop ik…
Voyeurisme en exhibitionisme kunnen tegenwoordig prima een plekje krijgen in swinger- en gangbangfeestjes of virtueel achter de webcam, zolang alleen gelijkgestemden ermee te maken krijgen.
En dat geldt feitelijk voor alle ‘afwijkingen’: zolang mensen met die voorkeuren daar niemand mee tot last zijn en zij er zelf geen (obsessieve) problemen mee ondervinden in hun dagelijkse leven, is het geen ‘psychische stoornis’ die behandeling behoeft.

In de psychologie en psychiatrie ontstaan dan ook steeds meer discussies over nut en noodzaak van die expliciete benoemingen van ‘parafilieën’.
Ik lees:
“In de wereld van de psychologie en psychiatrie bestaat al geruime tijd discussie over de classificatie van parafilieën als psychische aandoening. Er is een stroming die stelt dat de classificatie te veel berust op maatschappelijke visies en normen. Men trekt dus de fundamentele psychopathologische aard van parafilieën in twijfel en stelt dat deze uit de handboeken geschrapt moet worden.” (Wikipedia)

Meer en meer lijkt duidelijk te worden dat de ‘stempels’ bepaald door de maatschappij niet bijdragen aan eventuele oplossingen van problemen. Ze maken het probleem alleen groter door de stigmatisatie en vooroordelen die (blijven) bestaan over zogenaamde ‘afwijkende stoornissen’.

Er worden niet dagelijks graven geschonden door necrofielen zo ver ik weet…
Ook worden er niet dagelijks dieren verkracht…
En nee, ook worden er niet dagelijks kinderen verkracht in onze maatschappij.
Vrijwel de meeste mensen met een ‘onmogelijke’ seksuele voorkeur beseffen dat terdege.
Doden laat je met rust, dieren mishandel je niet en ook kinderen misbruik je niet louter voor je eigen (volwassen) lusten. De ruime meerderheid van ‘parafielen’ schikt zich in zijn (en haar!) lot.
Een minderheid heeft daar misschien moeite mee en kan hulp gebruiken.
Maar nu is gebleken dat die hulp ook nodig is voor andere seksueel ‘gestoorde’ mensen die deze voorkeur niet eens hebben, is deze bestempeling te meer stigmatiserend.
Diverse hulpmethoden die louter afgaan op deze primaire diagnose met preventie als doel, schieten dit doel dus schromelijk voorbij omdat ze niet zien dat hier de werkelijke oorzaken en veroorzakers van seksueel geweld meestal buiten vallen.

In ieders belang is het veel beter om te spreken van ‘seksuele diversiteit’.
Het is nu al vele jaren meer duidelijk geworden dat mensen een heel verschillende seksuele voorkeur kunnen hebben, waardoor ze optimaal kunnen genieten van seks.
Dit wordt niet alleen door de sekse bepaald maar door zo veel (nog niet altijd duidelijke) factoren dat onmogelijk kan worden volstaan met één simpel stempel: ‘stoornis’.
Het is veel breder dan dat.
De mens is in zijn geheel een veel ‘diverser’ wezen dan nog altijd wordt aangenomen.
Wat racisme, apartheid, discriminatie en stigmatisatie tot gevolg heeft.
Ik zou hier op dit moment van schrijven (4 juni 2020) bijna de actualiteit rond George Floyd bij kunnen halen… Maar dat lijkt in dit verband ongepast.
Toch heeft dit wel degelijk met elkaar te maken.
Mensen die zich anders gedragen dan anderen worden nog altijd gediscrimineerd.
Andere huidskleur, andere gevoelens, andere uitgesproken woorden, ander geloof, andere seks…
Als iets ‘anders’ is dan…
Ja, dan WAT eigenlijk?
Alleen maar anders dan de eeuwenlang geïndoctrineerde normen en waarden van een ondeskundige meerderheid?
Denk nu eens na!
Er valt nog zo veel van elkaar te leren accepteren.
Want niet alles wat ‘anders’ is, is slecht of onacceptabel.
Dat geldt ook voor de seksualiteit.

Nawoord

Nadat ik enkele jaren geleden tot de bovengenoemde conclusie was gekomen, was ik hier heel erg blij en tevreden mee! Want zelfs al houden conservatieve krachten het vol en blijven ze alles wat ‘afwijkt’ van de (hun!) norm bestempelen als ‘gestoord’; ik weet wel beter.
Wat de exacte oorzaken van mijn persoonlijke seksuele gevoelens zijn zal ik nooit zeker kunnen weten. Maar gezien mijn voorgeschiedenis (en die van mijn vader) vermoed ik een combinatie van genetische vorming met bepaalde sociale omstandigheden die ik meegemaakt heb als kind en mijn persoonlijke ‘educatie’ door middel van de porno… Het is een mix van alles wat me heeft gemaakt tot wie ik was en nog altijd ben. Ik weet dat en ik hoef me er niet voor te schamen.
Ik heb in mijn hele volwassen leven nooit iemand iets aangedaan en heb prima weten te ‘handlen’ met sommige seksuele gevoelens die niet of moeilijk uitvoerbaar zijn.
Daarvoor bestaan gelukkig voldoende passieve vormen van zelfexpressie, waarmee ik dik tevreden ben.

Ook mijn deelname aan een aantal zogenaamde ‘gangbangfeestjes’ in de jaren 2015 en 2016 hebben mij sterk geholpen bij mijn zelfacceptatie.
Ik had hier nog iets meer over willen schrijven maar dat zou dan een te veel persoonlijk verhaal worden en niet in de opzet van het artikel passen. Misschien kom ik daar later nog op terug.

Het gaat hier over ‘diversiteit’.
Een heel actueel punt in de gehele maatschappij wereldwijd.
We lijken op een keerpunt te staan waarin de totale menselijke beschaving voor grote nieuwe uitdagingen komt te staan. Van klimaat tot immigratiestromen, van oud zeer tot nieuwe gevoelens. Niet alleen de menselijke seksualiteit staat ter discussie.
Die maakt er echter wel deel van uit!
Ik zal me door eigen ervaring hard blijven maken om ‘seksuele diversiteit’ in een beter begrepen daglicht te stellen. Dit is niet alleen in mijn eigen belang.
Uiteindelijk zijn we allemaal mensen. Wereldwijd.


Dit bericht is geplaatst in Column, Cultuurfilosofie, HZP, Seksualiteit met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie