Straffen maakt meer kapot dan je lief is!

Is het strafrecht toe aan een morele metamorfose?

Afgelopen week werd ik via Twitter weer eens aan het denken gezet.
Geweldig hoe dat soms werkt!
De aanleiding (tevens dus inleiding) is een recent artikel van de journalist Chris Klomp, die ik nu al een poosje volg vanwege zijn brede interesse en ervaringen met de rechtspraak in Nederland, waar hij vervolgens weer eigen stukjes over schrijft.
Het bewuste artikel ‘De onmeunig domme tik tegen de billen’ handelt over een rechtszaak tegen een vermeende ‘zedendelinquent’. Mijn ogen waren uiteraard ‘gespitst’.
Chris Klomp wil met dit artikel bewijzen dat er in de rechtspraak in Nederland wel degelijk ‘maatwerk’ wordt geleverd en dus niet louter straffen worden uitgedeeld op basis van de beschreven strafbare feiten. Van de nodige nuance is zeker sprake als er verzachtende (of juist versterkende) motieven aanwezig zijn.
Als een ‘strafbaar feit’ echter bewezen wordt geacht en de dader (grotendeels) toerekeningsvatbaar is, dan is het algemeen gangbaar dat er altijd een straf wordt opgelegd.
Dat lijkt volledig logisch.
Wie de wet overtreedt moet daarvoor gestraft worden. Dat is rechtvaardige rechtspraak.
Toch heb ik daar – door eigen ervaring… – door de jaren heen twijfels bij gekregen.
Niet zo zeer twijfels over de ‘opvoedkundige’ werking van straffen maar meer over de doelmatigheid ervan.
Er kleven namelijk zo verschrikkelijk veel factoren aan de feiten rond een misdrijf.
Terwijl de meeste mensen het vermoedelijk simpel zien:
Heb je een overtreding of misdrijf gepleegd? Dat verdient straf!
Daar word je als kind al mee grootgebracht.

Op school zetten de onderwijzers vroeger kinderen in de hoek als ze maar bleven kletsen in de klas.
Toch… mag dat tegenwoordig niet meer! Want kinderen die in de hoek moeten staan kunnen zich gaan schamen en daardoor minderwaardig voelen. Het kan ze mentaal beschadigen!
En dat ‘lijfstraffen’ ook al vele jaren niet toegepast mogen worden, lijkt nu een normale zaak.
Maar ik heb als kind nog meegemaakt dat kinderen een klap in hun gezicht kregen van de meester…
Zo worden straffen gedurende de tijd toch wel degelijk aangepast aan de ontwikkelde kennis van eventuele gevolgen die de straffen kunnen hebben en aan de morele impact op de maatschappij.
Toch heb ik nog steeds mijn twijfels bij de totale ‘doelmatigheid’ van straffen.
Want waarom straffen we eigenlijk?
Alleen maar als ‘vergelding’?
Om aan te geven dat (een bewust gepleegde) misdaad (een misdrijf of een overtreding) niet loont?
Omdat je zonder straf na een diefstal dan juist aangemoedigd wordt om door te gaan met stelen?
En als een ‘tik op de billen’ niet wordt bestraft de dader er doodleuk mee door zal gaan?
Is de straf de enige (en beste) manier ter preventie van herhaling (recidive)?
Is angst voor straf de beste opvoedkundige methode?

Door het lezen van het artikel van Chris Klomp, waarin de ‘dader’ een taakstraf krijgt van 30 uur, dacht ik weer terug aan mijn eigen straf die ik kreeg na het plegen van mijn misdrijf.
En ik dacht aan de hele voorgeschiedenis. En aan de uiteindelijke gevolgen.
Want dat een straf ook gevolgen heeft (naast de ‘opvoedkundige’) daar weet ik alles van.
Daarom reageerde ik op de Tweet over dit artikel of de gevolgen van een straf zwaarder zouden kunnen wegen dan de belangen voor de maatschappij. Omdat dit in de regel vaak andersom wordt gezien.
Dit bracht mij tot het ‘Overdenken’ van dit morele dilemma:

Kan een straf misschien averechts werken: mensen beschadigen en dus juist slechter maken?

Natuurlijk ben ik niet de eerste die over dit onderwerp nadenkt.
Toen ik besloot om er een artikel over te gaan schrijven, twitterde ik meteen dit voornemen.
Dat doe ik normaal nooit…
Eigenlijk kreeg ik al snel spijt van deze tweet want toen ik me daarna een beetje begon ‘in te lezen’ over het onderwerp (waarover uiteraard op internet heel veel te vinden is), ontdekte ik de vele factoren die meespelen om tot een ‘rechtvaardige rechtspraak’ te komen.
Ik vind dit artikel heel erg goed: ‘De rechtvaardigheid van straffen’.
Eigenlijk zou ik hier niets aan toe behoeven te voegen. Ware het niet dat er ook in dit artikel (en eigenlijk vrijwel altijd als het gaat om artikelen en nieuwsberichten) volledig voorbij gegaan wordt aan de psychologische achtergronden van ‘daad en dader’.
Ondanks alle prima (!) uitleg over de strafmaat, mis ik altijd weer de achtergrond.
Strafrecht is en blijft vooralsnog een ‘zwart-wit’ voorstelling van de rechtvaardigheid om een ‘kwaadaardige’ daad te vergelden.
Zoals er treffend benoemd wordt: “Oog-om-oog, tand-om-tand”
Hier ben ik het absoluut niet altijd mee eens.
Hoewel ik nu al weet dat het grootste deel van de lezers (en van de hele maatschappij) mij zal verfoeien om mijn mening, ga ik die toch geven.

Misdaad is misdaad?

Allereerst wil ik een onderscheid maken in de vele soorten ‘misdaad’ die er bestaan.
Want hoewel het simpel lijkt – “Iets wat volgens de wet niet mag is een misdaad. Punt.” – valt hier al meer dan genoeg over te nuanceren.

Neem nu de misdaad ‘diefstal’, of ‘stelen’.
Dit lijkt een simpele. Iemand ‘pikt’ iets van een ander.
Dat mag niet. Van andermans bezittingen blijf je af.
Als daar geen wet over zou bestaan, dan zou niemands bezit meer veilig zijn.
En kan ons net zorgvuldig bereidde avondeten zomaar door de buren worden meegenomen en opgepeuzeld omdat ze zelf even geen zin, tijd of geld hadden om iets op tafel te zetten…
Dat schiet niet op.
Om totale anarchie te voorkomen hebben we al heel lang geleden bepaald dat we niet mogen stelen.
Wie dit doet en gepakt wordt door de politie kan een straf verwachten.
Wie dit vaker heeft gedaan is een recidivist en kan een hogere straf verwachten.
Dieven met een mentale stoornis die hen aanzet tot stelen worden ‘kleptomanen’ genoemd.
Deze mensen zullen naast hun (eventuele) straf behandeld moeten worden aan deze stoornis omdat ze vermoedelijk niet volledig ‘toerekeningsvatbaar’ gehouden kunnen worden voor hun ‘misdaad’.
Straffen zal in dit soort gevallen niet voldoende zijn om herhaling te voorkomen.
Simpel voorbeeld nietwaar?
Toch kan je hier in sommige omstandigheden ook al vraagtekens bij zetten.
Stel nu dat je in een land woont waar armoede heerst en er voor de minst bedeelden in de samenleving niet veel gedaan wordt.
Waar hier nog een ‘voedselbank’ bestaat of een ‘Leger des Heils’ waar mensen terecht kunnen die niets meer hebben om van te leven, zo zijn er echt nog landen waar mensen dood kunnen gaan van de honger. Of waar het systeem zo moeilijk is dat mensen eenvoudig ‘buiten de boot’ kunnen vallen.
Als die mensen eten stelen? Is dit dan een even grote misdaad als wanneer mijn buren onze avondmaaltijd jatten?
Iedereen zal dit een onvergelijkbaar voorbeeld vinden.
Want we leven in Nederland niet in een ‘bananenrepubliek’!
Toch hebben we zelfs in Nederland in het nieuws kunnen lezen dat het aantal daklozen stijgt.
Wie kan beweren dat dit tijdelijk is? Dat dit in de toekomst niet kan leiden tot excessen en mensen in de wijken die zullen gaan proberen om eten te stelen van de rijken?
Hoe sterk is de morele wijsheid als mensen moeten ‘vechten’ om te overleven?
Moet je die mensen dan toch (hard) straffen omdat ze louter honger hebben?
Of moet de machthebber de ogen uit de kop schamen dat die zijn volk laat verpauperen?

Dit is en blijft nog steeds een simpel voorbeeld waarbij het strafrecht discutabel is.
Er zijn veel meer moeilijker voorbeelden te noemen, die bijkans niet goed zijn te verdedigen.

Zedendelict

Het in de inleiding genoemde voorbeeld wil ik nu als basis nemen voor een naar mijn stellige overtuiging veel moeilijker aspect van het strafrecht: het straffen van zedendelinquenten.
Waarom ik dit aspect er weer uitlicht lijkt me logisch…
In mijn diverse artikelen over seksualiteit en mijn initiatief ‘HZP’ richt ik me juist op de broodnodige nuances in de opvattingen over zedenzaken.
Omdat… ik zogenaamd zelf een ‘zedendelinquent’ ben.
Althans, volgens het ‘Justitiële Strafregister’ (mijn ‘strafblad’…).
En dan hoor ik iedereen nu al weer ‘roeptoeteren’: “Ha! Die vuile misdadiger voelt zich onschuldig! Hij moet harder gestraft worden, die smerige hypocriet.”
Om mijn ‘misdaad’ echter te kunnen nuanceren, moet ik een volledig beeld geven van de handelingen die ik destijds heb verricht waardoor ik ben aangehouden door de politie en door de rechters ben veroordeeld wegens een (bewezen) misdrijf.
In eerdere artikelen heb ik dit al terloops benoemd maar nog niet in grote detaillering van de periode voor en na de gebeurtenissen.
Dit verhaal licht ik er liever even uit en ik adviseer om dit (nu) eerst te lezen:
Mijn misdaad

Dan zal ik nu verder gaan met mijn persoonlijke visie, natuurlijk ook ingegeven door de eigen persoonlijke ervaringen gesteld in dat verhaal.

Terug naar ‘De onmeunig domme tik tegen de billen’.
Het woord ‘onmeunig’ moest ik even opzoeken! In het Dordtse dialect kende ik dit namelijk niet.
Gelukkig hebben we tegenwoordig een ‘dialect-vertaler’ op internet en weet ik nu dat het gewoon een “‘heel erg’, ‘vreselijk’ of ‘ontzettend’ domme tik tegen de billen” was, zoals de vermeende zedendelinquent het zelf omschreef.

Natuurlijk was ik er niet bij en de exacte omstandigheden kan ik alleen proberen me voor te stellen uit wat ik in dit artikel lees. En dan zie ik uiteraard twee verschillende verhalen.
Dat van de ‘dader’ en van het ‘slachtoffer’.
Ik kan me een beetje voorstellen dat de ‘dader’ met zijn kameraden was wezen stappen en flink wat had gedronken. Waarschijnlijk moet het algehele gedrag van de dronken ‘boeren’ al angst hebben aangejaagd, als het ‘slachtoffer’ niet in een zelfde soort aangeschoten ‘feeststemming’ verkeerde.
En dat de dronken vrienden (te) overmoedig gecharmeerd waren van de vrouwelijke aanwezigheid.
Nogmaals: ik heb geen idee wat er eigenlijk allemaal is gebeurd, daarover zegt dit artikel niets.
In een krantenbericht uit ongeveer dezelfde tijd zag ik een geval van een soortgelijke ‘aanranding’ maar dan in het openbaar vervoer. Een volle tram waarin een ‘dader’ wel heel dicht tegen het ‘slachtoffer’ aan ging staan of zitten en vervolgens met de hand haar bil had aangeraakt en er mogelijk zelfs in had geknepen.
Maar in dit ‘onmeunige’ geval gaat het volgens mij om een situatie in of rond het uitgaansleven in Amsterdam. Waar het ‘slachtoffer’ ook deel van uitmaakte en geen toevallige voorbijgangster was.
Wat natuurlijk niet wil zeggen dat ze vooraf had kunnen weten en verwachten dat er wel vreemde mannen zouden zijn die hun handen niet thuis kunnen laten. Dit is en blijft iets wat gewoon niet kan. Hoewel daar tot een jaar of 20 geleden nog niet zo’n ophef van werd gemaakt.
Maar goed… Andere tijden. Bekend verhaal.
Het blijft echter heel verwonderlijk hoe de rechterlijke macht in alle (nieuwe en verbeterde) eerlijkheid probeert rechtvaardig om te gaan met dit soort situaties.
In dit verband heb ik ook een aardig artikeltje gevonden in de Telegraaf, al uit 2018 maar volgens mij nog steeds actueel:
 Moet een klap op de billen worden beboet?
In dit soort gevallen is het voor de rechtbank natuurlijk een cruciaal gegeven of de ‘klap’ moedwillige opzet was. Ofwel was de ‘dader’ er op uit om de vrouw onzedelijk te betasten voor zijn eigen (seksuele) plezier? Was het echt een ‘aanranding’ in de zin van een bewust zedenmisdrijf?
Daarnaast kunnen er allerlei verzachtende omstandigheden zijn zoals een volle tram waarin mensen op elkaar gepakt staan en de ‘tik op de billen’ per ongeluk kan zijn geweest.
En de invloed van drank of drugs kunnen het verstandelijk vermogen van de ‘dader’ hebben beïnvloed waardoor hij tijdelijk niet helemaal toerekeningsvatbaar was.
Er speelt heel veel mee, om de misdaad ‘klap op de billen’ correct en rechtvaardig te beboeten.

Onschuldig of aanranding?

De nieuwe wetgeving rondom seksuele intimidatie en ‘aanranding’ is er mede dankzij de ‘#MeToo-beweging’ op gericht om vooral een ‘opvoedkundig’ effect te hebben, net zoals bijvoorbeeld de hoge boete die gegeven wordt voor het te hard rijden of het ‘appen in het verkeer’.
De angst voor de hoge boete doet mensen minder snel de fout in gaan.
Ook het (harder) aanpakken van seksueel getinte misdrijven, die vroeger misschien onschuldig leken, is hierop gericht. Omdat anders die dronken geile mannetjes maar blijven denken dat die “onschuldige tik op de billen gewoon moet kunnen”.

Die dronken (geile?) Henk uit Nijverkamp moet dus gewoon beseffen dat hij betrapt is op een ‘misdrijf’ (net als wanneer hij wordt geflitst bij het te hard rijden) en dat hij daar voor moet boeten. Zodat hij de volgende keer zelfs met zijn dronken kop nog wel kan herinneren wat hij wel of niet mag doen. Daarom kreeg hij een taakstraf van 30 uur.

Schrijver Chris Klomp vindt dit geval een prima voorbeeld van een genuanceerde rechtspraak want de ‘vermeende aanrander’ had ook (maximaal) 8 jaar gevangenisstraf kunnen krijgen.

Applaus voor de begripvolle rechter?

Nou… Nee. Daar ben ik het niet helemaal mee eens.
Want deze ‘onmeunig’ domme dronken boer uit Nijverkamp heeft nu wel het strafblad van een zedendelinquent.
Omdat de aanklacht (de ‘aanranding’ is een zedenmisdrijf) wel bewezen is verklaard.
Dit blijft nu (minimaal) 20 jaar vast staan en als Henk nog eens een VOG nodig heeft om te gaan werken in een publieke functie waarbij contacten met vrouwen niet zijn uitgesloten, dan zal dit gegeven zeker overwogen worden of hij de VOG wel zal kunnen krijgen…

En zijn de doelen bereikt?

Is Henk een beter mens geworden?
Dat is niet van toepassing want niets in deze zaak wijst erop dat hij een seksuele stoornis heeft waardoor hij grensoverschrijdende neigingen heeft.
Hij had zoiets nog nooit eerder gedaan in zijn 34-jarige leven en het lijkt onwaarschijnlijk dat hij dit nog een keer zo ver laat komen.
De angst van het strafrecht lijkt me hier voldoende zijn uitwerking te hebben gehad.
Maar was een bepaalde boete (schadevergoeding aan het slachtoffer) als straf dan niet beter op zijn plaats geweest? Iets meer nuance als was het geen ‘misdrijf’ maar een ‘overtreding’ waarvoor hij wel gestraft dient te worden maar niet ‘levenslang’ gebrandmerkt?

Is het ‘slachtoffer’ recht gedaan aan deze straf?
Gezien de beschreven ‘angst’ die zij heeft geleden vermoedelijk niet.
Wat haar betreft had hij waarschijnlijk beter de gevangenis in kunnen gaan. Die vuile vieze dronken boer… Dat hij nooit meer een vrouw zal lastig vallen!

Ergens heb ik het gevoel dat deze zaak bij alle betrokkenen heel anders ‘tussen de oren’ zit.
En daar doet dit strafrecht geheel niets mee.
Het ‘slachtoffer’ blijft mogelijk bang tijdens het stappen en de ‘dader’ kan zich mogelijk op termijn zelfs ziek gaan voelen van de wetenschap dat hij nu voor altijd een ‘zedendelinquent’ is.
De straf heeft in mijn ogen het probleem niet opgelost maar juist (mogelijk) groter gemaakt.

In het ook genoemde geval van de ‘volle tram’ is de ‘dader’ vrijgesproken omdat die rechter opzet in het spel niet bewezen achtte vanwege de drukte en het daardoor begrijpelijke gedrang.
Deze ‘dader’ was vermoedelijk niet dronken en wel degelijk volledig toerekeningsvatbaar.
Of hij mogelijk wel een ‘grensoverschrijdende neiging’ heeft uitgevoerd en daarmee weg kwam, zal nooit duidelijk worden.

Het ene ‘zedendelict’ is dus het andere niet.
De vraag of het strafrecht zijn doel niet voorbij schiet dringt zich daarom bij me op.

Straffen of preventieve maatregelen treffen?

Dat zou de onderliggende vraag moeten zijn.
Maar om direct even wat ‘open deuren’ dicht te smijten voordat daar de ‘reagluuders’ uit komen stormen: daarmee bedoel ik dus niet elke ‘verdachte potentiële zedendelinquent’ oppakken, levenslang opsluiten of (“om kosten te besparen” zeggen ze dan) afmaken…
Als je het dan echt goed wilt doen en dit soort maatregelen prefereert dat kunnen we het beste de hele mensheid gecontroleerd laten inslapen, dan weet je zeker dat er nooit meer enige vorm van misdaad zal plaatsvinden…

Nu weer even serieus:
Bij preventie denk ik aan het ontdekken, (h)erkennen, begrijpen en daardoor aanpakken van oorzaken die ertoe leiden dat mensen (zeden-) delicten plegen.

Bij drugsverslaafden die voortdurend stalen om aan geld te komen is zoiets al eens gedaan door ze bijvoorbeeld (gratis) vervangende middelen te geven, zodat ze geen noodzaak hebben om te gaan stelen. Maar uiteraard blijft het afkicken dan de eerste zorg die aangepakt moet worden.

Als ik me weer uitsluitend richt op de zedendelicten (het meest actueel en daar ligt toch mijn grootste ervaringsdeskundigheid…) dan moeten ‘zieke’ mensen (die onbeheersbare grensoverschrijdende neigingen hebben) primair geholpen worden om ‘beter’ te worden.
Deze taak ligt momenteel volledig bij de GGZ. Want ergens in de psyche gaat er iets mis.
De neiging is sterker dan de bekende geldende moraal. De ‘dader’ kent de gevolgen. Is mogelijk zelfs al vaker gestraft. Toch doet die het uiteindelijk weer als die er de gelegenheid voor krijgt.
De meeste van dit soort bekende ‘daders’ zijn of waren al in behandeling.
Dat is goed, hoewel ik persoonlijk niet kan beoordelen of dit afdoende is voor alle ex-delinquenten.
Volgens mij komen er ook wel in het nieuws die ook na behandeling alsnog weer in de fout gaan.
Van de behandelmethodes weet ik absoluut niets.
Hoewel ik zelf enkele malen ben gewezen op mogelijke hulp van instanties zoals ‘De Waag’, heb ik dit altijd geweigerd. Ik ben in mijn volwassen leven namelijk nog nooit bewust over grenzen gegaan waarmee ik niet alleen mezelf maar ook anderen zou kunnen benadelen of beschadigen.
De wetenschap dat ik minderjarige meisjes seksueel aantrekkelijk kan vinden, maakt mij geen potentiële aanrander of misbruiker. Dit is op zich niet eens strafbaar. Het is een gevoel en zolang dit geen onaanvaardbare gevolgen heeft, behoeft dat geen behandeling.
Ik weet dus niet uit ervaring hoe die behandelingen dan werken.
Toch heb ik de indruk dat er nog te veel wordt gewerkt aan het ‘verdringen’ van de ‘foute’ gedachten en gevoelens. Door bijvoorbeeld risicovolle situaties te mijden (niet naar zwembaden gaan waar schaars geklede mensen zijn, etc.), geen werk te gaan doen in het onderwijs, de zorg en hulpverlening, bepaalde gedachten te vermijden door meditatie of andere methodes die de lustgevoelens doen verminderen.
Ik denk dat er nog niet of nauwelijks aandacht wordt besteed aan zelfkennis, zelfacceptatie en ‘zelfliefde’. Dat lijkt misschien vreemd? Maar ik weet dan wel uit ervaring dat je met een minderwaardigheidscomplex en de gedachte dat je met je ‘andere’ gevoelens geen normaal mens bent jezelf ziek kunt denken. En dat je uit daardoor ontstane frustraties juist meer zou kunnen vluchten in grensoverschrijdend gedrag omdat die gedragingen je dan een positieve kick geven door de opwinding die ze veroorzaken.
Een rustig, tevreden en emotioneel evenwichtig mens heeft veel minder neigingen om de fout in te gaan!
Moet hier niet primair aan gewerkt worden?

Mocht dit wel degelijk ook gebeuren in behandelmethodes dan hoor ik dat graag!
Mail me hier dan over, dan zal ik dit artikel hierop aanpassen.

Maar nu praat ik over mensen die dus al bekend zijn met delicten of grensoverschrijdend gedrag en daardoor al ‘in the picture’ zijn.
Ik weet gewoon heel zeker dat er veel meer mensen zijn die met hun ‘andere’ gevoelens tobben.
Die worstelen met zichzelf en bang zijn over de schreef te gaan.
Of (jonge) mensen die nog niet goed begrijpen wat ze voelen en er tegen vechten omdat ze beseffen dat ze anders niet geaccepteerd zullen worden in de maatschappij.
Er lopen veel meer mensen rond met dit soort ‘afwijkende’ gevoelens en gedachten dan de meeste mensen beseffen.
Zo durf ik zelfs te beweren dat er onder diezelfde politiemensen en rechters die mij misschien veroordelen omdat ik ‘slechte’ dingen denk of heb gedaan, mensen zijn die zelf ook ‘afwijkende’ gevoelens hebben. Die ook naar minderjarige meiden kijken… Maar dat nooit zullen durven toegeven.
Ik weet zeker dat ze bestaan.
Niet alleen omdat het soms wel eens in het nieuws komt… Die politieman in Dordrecht bijvoorbeeld die de 12-jarige Milly Boele heeft misbruikt en vermoord…
Het zijn slechts de excessen die bekend worden.
Wat in de hoofden van mensen zit, weet niemand.
En ik weet zeker dat iedereen verbijsterd zou zijn als dit bekend zou worden…

Hoe nu gaan we dan om met die ‘andere’ gevoelens als we (zouden) beseffen dat ze gewoon algemeen bestaan? En misschien gaan we uiteindelijk dan ook wel eens beseffen dat dit geen ‘abnormale’ gevoelens zijn maar ‘slechts’ gevoelens die we moeten zien te reguleren in de maatschappij. Omdat het nu eenmaal niet goed is om ongeremd toe te geven aan seksuele neigingen als anderen daar niet op zitten te wachten.
Want denk nu niet dat ik hier een verhaal ga ophangen dat iedereen het verkeerd ziet en seksuele handelingen overal en altijd genormaliseerd moeten worden. Dat alle vrouwen (en kinderen) maar moeten accepteren dat ze een seksobject zijn voor veel mannen…
(Ik generaliseer even op gender.)
Zo is dat natuurlijk niet.
Misschien denken sommige extremisten iets dergelijks, net zoals gasten van de ‘Ku Klux Klan’ nog altijd ‘negers’ minderwaardig achten en liefst willen uitmoorden… 😛
Gelukkig zijn we tegenwoordig dan toch mondiaal iets wijzer geworden en weten we dat vrouwen iets anders in elkaar zitten dan mannen.
Daar ga ik hier nu niet verder op in.
Wat ik bedoel te zeggen is dat sommige ‘andere’ gevoelens op zich niet ‘slecht’ zijn en dat de mensen die ze hebben niet preventief veroordeeld mogen worden maar wel geaccepteerd, gerespecteerd en geholpen moeten worden om net als ‘iedereen’ hun bijdrage te kunnen leveren aan het ‘normale’ leven.
Hiermee zou elke vorm van preventie moeten beginnen.

Al schrijvende realiseer ik me dat ik toch iedere keer weer op de ‘filosofische’ toer ga…
Dat zit er nu eenmaal diep in bij mij. Al denkende ‘filosofeer’ ik altijd over mogelijkheden die op dit moment – in de tijdsgeest waarin we nu leven – vermoedelijk onmogelijk zijn te realiseren.
Maar toch heeft mijn ‘utopische’ gedachte over het ‘normaliseren’ van ‘andere’ gevoelens wel degelijk ook een realistische kant.
Vrijwel alle (moderne) staten in de wereld kennen tegenwoordig een ‘grondwet’ waarin de ‘rechten van de mens’ staan geborgd.
Recent heb ik nog aandacht besteed aan ‘Artikel 1’ in dit verband.
De basis van algehele normalisatie staat dus al vele jaren als een huis!
Toch worden die rechten van veel mensen nog altijd in twijfel getrokken en zelfs ontnomen.
“All animals are equal…” weet je nog?
Eigenlijk is het beschamend dat vrijwel de hele wereld nog altijd partij kiest voor de ‘dieren’ die meer gelijk zijn dan ‘anderen’…

De oplossing van heel veel menselijke problemen ligt feitelijk zo voor de hand.
Daarom denk ik dat het huidige strafrecht niet functioneert als oplossing van misdrijven.
Het is (nog) slechts een ‘stok om de hond mee te slaan’ als die niet goed wil luisteren.
Door het creëren van angst (voor straf) controleert de mens het ‘enge onbekende’.
Beter is om dieper te gaan zoeken naar dat ‘onbekende’ wat in elk mens verborgen ligt.
En straffen alleen afstemmen en toepassen op hen die bewust grenzen overschrijden, daar bewust mensen mee benadelen om daar zelf beter van te worden en daar wel het besef van hebben maar zich niet schuldig over voelen. Dan lijkt me een straf wel degelijk op zijn plaats.
Maar het blijft natuurlijk altijd ‘maatwerk’.

“Een nog betere nuance is dus geen overbodige luxe!” zou ik willen zeggen tegen Chris Klomp.

Tenslotte

Hoewel dit een artikel had moeten worden over ‘de doelmatigheid van ons huidige strafrecht’, is het meer een ‘filosofisch overdenkend’ stuk geworden over de manier waarop we beter zouden kunnen omgaan met ‘anders denkende’ mensen. Maar dat zie ik persoonlijk echt als een betere basis waarop we ook het strafrecht zouden moeten baseren.
Dus beter dan: Misdaad 1 = minimum tot maximum straf 1.
Dat vind ik echt niet meer van deze tijd.
Meer concreet en nog meer toegespitst op seksualiteit en de voortdurende misvattingen, vooroordelen en stigma’s zal ik zeker nog schrijven in komende artikelen.

Dit bericht is geplaatst in Column, Cultuurfilosofie, Opmerkelijk Nieuws, Seksualiteit met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie